Laag temperatuur radiatoren (LTV)

Om een warmtepomp efficiënt te kunnen laten werken moet de afgifte van de warmte bij een zo laag mogelijke temperatuur gebeuren. Denk daarbij aan 35 graden. De klassieke radiatoren werken dan nauwelijks. De oplossing hiervoor zijn de zogenaamde LT low‑H2O radiatoren. Deze hebben een kleine waterinhoud en zijn bedoeld om met lage watertemperaturen te werken. Deze radiatoren hebben heel veel oppervlak aan lamellen. Vanwege de natuurlijke convectie is er al enigszins een grotere warmteafgifte. De truc zit hem echter in de mogelijkheid van ingebouwde ventilatoren, de zogenaamde DBE (dynamic boost effect). Hiermee gaat het afgegeven vermogen een factor 3 omhoog en in de boost-stand zelfs 4 keer. Deze radiatoren zijn wél duurder dan standaard radiatoren. Hoewel nog duurder zijn deze radiatoren ook in een verticale uitvoering te koop (bv. Jaga Vertiga). Hiervoor worden weer andere,speciale technieken gebruikt.

Iets dergelijks kan ook gebruikt worden bij de zogenaamde convectorput. Hoewel zo’n put duur is, is het wél aan te raden om tenminste één grote verwarmingsput te nemen voor het dynamisch gedrag, vooral bij de aanwezigheid van (trage) vloer- of wandverwarming. Hiermee is het mogelijk om toch snel op temperatuurwisselingen te reageren zoals een open deur, tocht enz..

Een heel leuke bijkomstigheid voor mij als controlfreak is de mogelijkheid om deze radiatoren uit te lezen en eventueel bij te sturen. Een en ander is te zien in een uitgebreid menu van temperatuur en regelinstellingen evenals het uitlezen van de ingaande temperatuur en de kamertemperatuur.

Het is ook nuttig om even uit te leggen waarom en wanneer de ventilatoren gaan draaien. Bij de DBE-pro zit er een sensor ergens tussen de aanvoer en afvoer. Zodra deze voelt dat deze boven een ingestelde waarde komt dan bepaalt een simpel ingebouwd computertje dat de ventilatoren moeten gaan draaien. Het afgegeven vermogen gaat dan een factor 3 omhoog. Omgekeerd werkt het bij de koeling ook zo. De ingestelde waarde is echter afhankelijk van de ruimte en moet mogelijk af en toe aangepast worden. Het is wél fijn dat het automatisch kan. Het nadeel is echter dat er een veiligheidswaarde wordt aangehouden. De temperatuur moet minimaal 25 °C zijn om de ventilatoren aan te kunnen zetten. Dat betekent dat de aanvoer ca. 28 graden moet zijn. (De sensor meet de temperatuur halverwege de aan- en afvoer.)

De vraag is dan natuurlijk of er een truc te bedenken is om de DBE-pro te overrulen. Welnu, we hebben ventielen die opengaan zodra er behoefte is aan verwarming. We kunnen de ventielsignalen gebruiken om de ventilatoren aan te zetten. De DBE-pro voorziet daarin. We kunnen de analoge ingang gebruiken. Deze is in snelheid regelbaar door een spanning aan te bieden van 0-10V.

Als echte techneut wil ik tot het gaatje gaan: als het mogelijk is om de ventilatoren al op een lagere temperatuur te laten draaien, dan wordt de efficiëntie ook beter. We zouden, bij een gegeven afvoervermogen, naar schatting een graad of 4 kunnen winnen. Bij het minimum afgegeven thermisch vermogen en een zeer lage temperatuur, bijvoorbeeld 25 graden, kan de COP van 6 zelfs oplopen richting boven de 7. Echter het vermogen is dan wel laag. Zodra de vermogens hoger worden gaat de COP weer snel omlaag naar 5,7. Hieruit kunnen we 2 belangrijke conclusies trekken: het is beter om langdurig een laag vermogen te onttrekken in plaats van kortstondig steeds hoge vermogens. Het gedrag op deze manier lijkt op pendelen. En ten tweede dat het zeer nuttig is om de ventilatoren te laten draaien zodra het water ook maar enigszins in beweging komt (ventielen open bij stoken of koelen). Zo niet, dan zijn naar mijn idee de kosten onnodig hoog. Het zou heel eenvoudig zijn om de ventilatoren te laten draaien zodra de ventielen open zijn. Hoe eenvoudig kan je het hebben? Het ventielsignaal wordt nu ook gebruikt om de Jaga radiator van netspanning te voorzien. Daarmee zijn we ook het stand-by verlies kwijt.

Lees voor meer informatie in het boek met tips over de speciale toepassing bij de warmtepomp.